dinsdag 19 februari 2008

een negorijdichter afgedroogd

Lucifer in het hooi...kennen jullie de site lieve vrienden en vriendinnen?
Niet? Mag ik jullie vandaag dan eens doorverwijzen ?

En kan iemand dan misschien even Harry Zevenbergen attenderen op deze zin:

- Dat was geen slotzin uit braafheid, dat was een slotzin die doelde op zekere dichters des vaderlands en andere dorpsdichters die louter en alleen ten eigen bate met de collectezak rondgaan -

Toeval is cosmische poëzie...het is daarom maar zeer de vraag of het toeval is dat ons Harry lepeltje lepeltje is met de Hannes Heesters van de vaderlandse poëzie?

ER IS EEN PLAATS VOOR POËTEN - binnenkort in utrecht en amersfoort




Onvermoeibaar is hij lieve vrienden en vriendinnen...Mike Platenkamp, dichter en organisator. Nog niet zo lang geleden kwamen zijn eerste berichten bij het dichtersgilde binnen. Een nieuwe site...prachtig, prachtig, maar dat was Mike niet genoeg. We moeten het huis uit, powezie brengen naar de mensen, niet deur aan deur, we zijn geen Jehova's, maar het podium op...er moet voorgedragen worden en, ook niet onbelangrijk, het mag wat kosten. Dichters hoeven niet langer nog slechts van de wind met af en toe een kruimel brood...er mag beleg en het hoeft niet gespoeld met water; wijn en andere spiritualiën, het is de dichter gegund.
Wij zeggen dank en dat we nog vaak...

Kijkt u zelf maar wat Mike zoal in petto heeft. En er komt meer...veel meer.

Zaterdag 5 april in DB-studio Utrecht:

Gijs ter Haar Bert Overbeek
Bo Terry Mart Brok met Harm Bos
Max Lerou Mike Platenkamp
Alex Franken
Trio Drie Eilanden toegang euro 7,50
Gerben de Ruiter adres: DB-studio Utrecht

Vrijdag 11 april in Café De Rooie Cent:

Gijs ter Haar Luk Paard
Bo Terry Alex Franken
Anke Leenders Trio Drie Eilanden
Ibunda Mike Platenkamp
Max Lerou Scarbelley - alias de vrolijke uitbater
Pom Wolff

Biercafé De Rooie Cent - Amersfoort - toegang gratis

hengelo zoekt stadsdichter


Op rtv Oost steekt initiatiefnemer Reinier de Rooie kandidaten een hart onder de riem met cobra's gedicht - waarom ik geen stadsdichter wil worden -
Het item begint op ongeveer tweederde van de player, onder de laatste -s- van het woord Overijssels (na die afschuwelijke stars on 45 medley)

Voor Harry Zevenbergen een citaat uit het interview...

Reinier de Rooie: "nee kijk ik ben de organisator...ik vind niet dat je je eigen zaakjes moet organiseren..."

en de bananenboot kwam van comacabana

dinsdag 19 februari 2008

en de bananenboot kwam van comacabana

onder ons gezegd en gezwogen
we roken een jonko - ze is skaffa man
we droppen nòg een pintoe
ik vinger die puta een beetje en conjo
ineens doet ze het niet meer

natuurlijk hebben ze die motjo niet gevonden
met mij kan je niet fucken man
en die tjappie jongen die kiepert
haar zo zonder gewicht

geen moment was ik para
die longen lopen zo vol water
dan ga je echt niet drijven weet je

ik ben zo fucking weerie
hoe dichter je bij mij komt
hoe dichter bij de haaien

©obra

PSYCHOANALYSE VAN DE POËZIE - COBRA OP DE DIVAN BIJ RENÉ BRANDHOFF - reizend door tijd en ruimte kruipt hij vrijpostig in het hoofd van de dichter


Het begon zo onschuldig lieve mensen. Tijdens een herhaald bezoek aan het warme twentse land een ontmoeting met René Brandhoff. Was het mijn intuïtie of de innemende wijze waarop René de poweet tot ontboezemingen weet te verleiden?
Nooit doe ik het, dat hongerig vragen van 'heb je mijn laatste ...en hoe vind je het?'; nu stamelde ik 'nieuwe stijl' ... 'uitproberen' en nog zo wat losse onbeholpelijkheden.
De waarheid schopte ik voor even terug in z'n hok.
Die avond in Enschede, ten overstaan van al die mooie mensen kon ik er niet langer omheen...ik snapte er zelf geen zak van; geen idee hoe het gedicht tot me kwam en wat het te betekenen had.
Dr. René bood onmiddellijk aan een onderzoek in te stellen. Hieronder leest u het verbluffende resultaat van zijn bevindingen.

van kol los

binnen snort de petroleumkachel
buiten zwoegt zeemkammer met zijn paard

-kollen...wie wil er nog kollen?-
de stem van de kollenboer schalt
door de donkere straat
-de laatste kollen...wie maakt me los?-

er staan er nog drie
op de wagen achter de merrie
ze gaan nu voor de prijs van twee

zeemkammer wil terug naar het bos
waar iedereen dezelfde moeder heeft

©obra

Van kol los, een betekenisloze analyse.

“Ik snap er zelf niks van” zei Max.
Nu wil ik niet zeggen dat ik het wel snap want “het” snappen bestaat natuurlijk niet. Ik bied je daarom “een snap” aan. Een snap die zich vanaf de zometeen te typen punt moet gaan ontwikkelen want ook ik weet nog niet waartoe dit gaat leiden.

Om te beginnen de titel dan maar. Hier heb ik meteen drie kansen voor de prijs van één(!). Heb ik hier een klankassociatie voorgeschoteld gekregen op Van God los” of betreft het hier een mythische verwijzing naar de vroegere bronzen bewoner van Rhodos en gaat het derhalve over een Kolos? Of zullen we later merken dat het toch gaat om de middeleeuwse (tover)kol.
Je zult zien dat er verschillende mogelijkheden blijven bestaan. Immers, vooruitlopend daarop, de tweede en derde strofe wijzen eerder op de laatste mogelijkheid, de slotregel smijt je terug naar kans één als je daar gevoelig voor bent tenminste.

Laat ik eerst eens strofe een te grazen nemen.
Hier ontkomen we niet aan de late jaren 50 en de vroege 60 van de vorige eeuw, niet toevallig of wel toevallig de jeugdjaren van zo niet de dichter dan toch die van uw recensent. Deze jaren werden onder meer gekenmerkt, en ik noteer dit vooral voor de jeugdige lezertjes van laten we zeggen onder de 40, door het voorkomen van straatventers. Zien wij deze thans nog uitsluitend potloden aanbieden, vroeger kwam men met melk, groente, brood en andere victualiën langs de deur. Mede omdat men toen nog wist wat victualiën zijn, tegenwoordig slijt je dat niet meer zomaar. En onder hen natuurlijk de man met de petroleumkar en voor de tweede strofe al dan niet van belang: de kolenboer.

Kollenboer en kolenboer liggen in elkaars klankbereik. Daar doe je bij mij niets tegen. Maar is dit nu een verborgen handelaar in anthraciet of verkoopt hij toch de (tover)kollen uit de tweede alinea? Handelt Zeemkammer in het zwarte gruis of in menselijk vlees? Duidelijk lijkt te worden dat wij van Zeemkammers negotie warmte mogen verwachten, dat zou althans diens marketingstrategie kunnen zijn geweest. Geweest, want we zitten nog in de vorige eeuw, laten we dat niet vergeten. En ja, die warmte, mogen we die niet ook van de goede God verwachten? Waar heb je zo’n man anders voor. Belastingen en schimmelinfecties kan de mens zelf wel verzinnen, voor warmte, machtsconflicten en zeven jaren hongersnood hebben we God.
Een andere mogelijkheid is natuurlijk dat hier gewoon een kolenboer aan het werk was en de jonge Max enigszins te lijden had onder hardhorendheid vanwege een chronische oorontsteking. Je weet het niet.
De avond is reeds gevallen. Dat is te zien. Zeemkammer wil ook wel eens naar huis en wij moeten ons haasten op dit tijdstip nog een kol te bemachtigen. Verzeker u nu van het geluk. Morgen kan het te laat zijn. Hier is geen speld tussen te krijgen. Volgens Multatuli is niets waar en zelfs dat niet en dat blijkt uit dit gegeven ook alweer te kloppen.
De derde strofe vult de tekening wat verder in maar lijkt op zichzelf niet drastisch veel aan het beeld toe te voegen, integendeel, deze stuurt ons wat meer dan dat wij verder verdwalen. Wel moeten we door deze strofe van de kolen af stappen. Kolen staan niet. Kollen wel. Aha, zover zijn we dan. Hebben we toch te maken met die (tover)kollen? En komt dan God weer in beeld. Ja, verdraaid Hij lapt het hem weer om als een ware Wethouder Hekking van Groot Juinen weer in beeld te schuiven. Immers, kollen waren des duivels en God zou tegenwoordig onmiddellijk verboden worden door de NMA vanwege een wat al te opzichtig repressief beleid ten opzichte van concurrenten.

De laatste strofe maakt het ons duidelijk. Onweerlegbaar wil Zeemkammer terug naar het bos, is gelijk Het Paradijs, waar de aardsmoeder appelen plukt terwijl vader hersteld van een gebroken rib. Zeemkammer. Mooie naam trouwens. Staat tot Hans de Vries (sorry Hans) als zeilboot tot windjammer. Een poweet kiest altijd voor die tweede. Laten we niet te diep gaan graven om iets met een zeem en iets met kammen te vinden. Dat zou zonde zijn van zo’n mooi woord..

Nou. Dan zijn we er wel qua betekenis. Nee, het gaat niet over God, niet over toverheksen en al helemaal niet over een hele grote Griek*. Het gaat over je lieve (baar)moedertje. Die mooie jaren vijftig met het consumptie-ideaal, het streven naar aangekocht geluk. Dat streven dat we in de jaren 60-70 ontkenden maar ons uiteindelijk allemaal heeft overwonnen. Of de meesten van ons dan toch. Het zal allemaal wel. Uiteindelijk verlangen we allemaal terug naar de warmte van moeders schoot** waar we voor het laatst echt lekker zaten te bellenblazen totdat de weeën daar een eind aan maakten. Ja, en dat is kut natuurlijk.

* Ja of misschien ook weer wel want je moest dus als zeeman om de veilige haven** te bereiken wel onder de edele delen van de weidbeens geparkeerde Kolos doorvaren.

© René Brandhoff

maandag 18 februari 2008

WOORDENAAR PETER M VAN DER LINDEN FILMT HET ONFILMBARE - FRAGMENT UIT DE FINALE - HENGELO SLAM -

poweten - vage muffe mannen zijn het - pom wolff als klokkenluider: de jeugd moet ons niet

Pom Wolff: "14 tot 18 jarigen gevraagd naar hun opvatting over wat een dichter wel niet is antwoordden ferm en als uit een mond : dichters zijn vage muffe mannen - roept dat nou niets in u op? heeft u daar nou geen mening over? bestaan ze? zijn ze allemaal zo? heeft u toevallig nog een dichter in een gedicht op een plank liggen?
www.pomgedichten wil graag deze generatiekloof dichten."

Cobra gaat alvast inde tegenaanval...

aan het bloeddorstige kind

je wilt een flikflak van de tong
een kunstje met om de drie
een vette mop - daarbovenop
een deuntje maar

een poweet is geen komediant
noch zal hij de flikflooiende hofnar zijn
of de ginnegappende guit met de gouden fluit

wel is de poweet een komeet
een jan rap van de tongriem
ranselt hij in kinderoren de woorden
en laat zichzelf de striemen op de beklap

©obra
aangepast
02-02-08

woordenaar peter m van der linden filmt - zappoetry - reportage aus hengelo

Woordenaar Peter M van der Linden lucht zijn powetenhart


Ondertussen bij Pom Wolff

Ook René Brandhof werkt mee aan de geschiedschrijving van deze gedenkwaardige dag.

Hier nog een verslag van Michiel Rutte